ECLI:NL:HR:2009:BD9229
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- J.A.C.A. Overgaauw
- Rechtspraak.nl
Juridische fusie en tenaamstelling naheffingsaanslag omzetbelasting
In deze zaak ging het om een naheffingsaanslag omzetbelasting over het jaar 1996 die was opgelegd aan Stichting C, de verkrijgende rechtspersoon na een juridische fusie met Stichting B. De Inspecteur had een naheffing opgelegd wegens te weinig betaalde omzetbelasting door Stichting B, die na de fusie was opgehouden te bestaan. De Inspecteur had de naheffing deels kwijtgescholden.
Belanghebbende stelde bezwaar en ging in beroep bij het Hof, dat oordeelde dat de aanslag terecht was gesteld aan de verkrijgende rechtspersoon, ondanks dat de naam van de verdwijnende rechtspersoon niet op het aanslagbiljet stond. Het Hof vond dat uit het fiscale nummer en het boekenonderzoek voldoende duidelijk was voor wie de aanslag bestemd was.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en overwoog dat bij een juridische fusie de verkrijgende rechtspersoon onder algemene titel de verplichtingen van de verdwijnende rechtspersoon overneemt. De Inspecteur mag in de aanslag de naam van de verkrijgende of verdwijnende rechtspersoon gebruiken. De Hoge Raad verwierp de cassatiegrond en verklaarde het beroep ongegrond.
De overige middelen werden eveneens verworpen zonder nadere motivering, en de Hoge Raad zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat de naheffingsaanslag terecht aan de verkrijgende rechtspersoon is opgelegd.