ECLI:NL:HR:2009:BF0655
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J.P. Balkema
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Beperkte reikwijdte van art. 137c Sr inzake belediging groep wegens godsdienst
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarin verdachte werd veroordeeld wegens het zich beledigend uitlaten over een groep mensen wegens hun godsdienst, namelijk aanhangers van de Islam, op grond van art. 137c Sr.
De tenlastelegging betrof het ophangen van een poster met de tekst "Stop het gezwel dat Islam heet". Het hof oordeelde dat deze uiting onnodig grievend was voor de Islam en daarmee ook voor de gelovigen, en dat de grenzen van de vrijheid van meningsuiting waren overschreden.
De Hoge Raad stelt echter dat art. 137c Sr zich beperkt tot belediging van een groep mensen wegens hun godsdienst, en niet tot belediging van de godsdienst zelf. Het enkel krenken van gelovigen door belediging van de godsdienst is niet strafbaar onder deze bepaling.
Het hof heeft volgens de Hoge Raad een te ruime uitleg gegeven aan de uitdrukking "een groep mensen wegens hun godsdienst" door de uitlating over de Islam gelijk te stellen aan belediging van de gelovigen. Daarom wordt het arrest vernietigd en spreekt de Hoge Raad de verdachte vrij van het tenlastegelegde.
De Hoge Raad acht het niet nodig om in deze zaak de grenzen van de vrijheid van meningsuiting nader te toetsen, omdat de uitlating niet onder art. 137c Sr valt.
Uitkomst: De verdachte wordt vrijgesproken omdat de uitlating niet strafbaar is als belediging van een groep mensen wegens hun godsdienst onder art. 137c Sr.