ECLI:NL:HR:2009:BF0934
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over inwonerschap en belastingheffing van buitenlandse bestuurder Nederlandse vereniging
Belanghebbende, een Amerikaanse staatsburger en bestuurder van een Nederlandse vereniging, had in zijn belastingaangifte een aftrek toegepast voor buitenlandse werkdagen op grond van zijn Amerikaanse nationaliteit. Het hof oordeelde dat belanghebbende inwoner van de Verenigde Staten was en dat zijn salaris als bestuurder viel onder artikel 17 van Pro het belastingverdrag tussen Nederland en de VS, omdat de vereniging als inwoner van Nederland werd aangemerkt.
De A-G stelde dat de vereniging, hoewel gevestigd in Nederland, niet als inwoner in de zin van het belastingverdrag kan worden beschouwd omdat zij niet onderworpen is aan vennootschapsbelasting vanwege het ontbreken van ondernemingsactiviteiten. Hierdoor is artikel 17 niet Pro van toepassing en kan Nederland alleen het salaris belasten dat betrekking heeft op in Nederland gewerkte dagen op grond van artikel 16 van Pro het verdrag.
De Hoge Raad volgt de conclusie van de A-G en verklaart het beroep gegrond, waarbij het hof van een onjuiste rechtsopvatting is uitgegaan. De zaak wordt afgedaan zonder verdere publicatie van de uitspraak.
Uitkomst: De Hoge Raad oordeelt dat de Nederlandse vereniging geen inwoner is in de zin van het belastingverdrag, waardoor artikel 17 niet van toepassing is en het beroep van belanghebbende gegrond wordt verklaard.