ECLI:NL:HR:2009:BG2238
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over omgangsregeling en gezagswijziging minderjarige dochter
In deze zaak vorderde eiseres in kort geding dat verweerder zijn verplichtingen nakomt om hun minderjarige dochter binnen een bepaalde termijn aan haar af te geven, op straffe van een dwangsom. De voorzieningenrechter wees dit toe, maar het hof Amsterdam vernietigde dit vonnis en wees de vordering af, omdat inmiddels een wijziging in de omstandigheden had plaatsgevonden die een gewijzigde verblijfplaats en gezamenlijk gezag rechtvaardigde.
Eiseres stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd dat de wijzigingsgrond ten tijde van het vonnis van de voorzieningenrechter reeds bestond. De enkele omstandigheid dat verweerder het wijzigingsverzoek al had ingediend, was onvoldoende om het vonnis te vernietigen.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof Amsterdam en verwees de zaak naar het hof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling. De kosten van het geding in cassatie werden gecompenseerd, waarbij iedere partij de eigen kosten draagt.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest hof Amsterdam en verwijst zaak terug naar hof 's-Gravenhage.