ECLI:NL:HR:2009:BG3502
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in strafzaak
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage, waarin hij was veroordeeld tot achttien maanden gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Het cassatieberoep werd ingesteld op 12 oktober 2006.
De Hoge Raad constateert dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM is overschreden omdat meer dan twee jaar zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Dit leidt tot strafvermindering.
De Hoge Raad vernietigt het bestreden arrest uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf en vermindert deze tot zestien maanden en twee weken, waarvan vijf maanden en een week voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
De overige middelen van cassatie worden niet behandeld omdat zij geen vragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling opleveren. De uitspraak is gedaan door de vice-president en twee raadsheren op 27 januari 2009.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot zestien maanden en twee weken wegens overschrijding van de redelijke termijn.