ECLI:NL:HR:2009:BG4245

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 januari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/11387
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 437 SvArt. 365a SvArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatie wegens ontbreken verzoek tot aanvulling processtukken

In deze zaak heeft de verdachte cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage. De kern van het cassatieberoep betrof de klacht dat de aan de Hoge Raad gezonden processtukken niet volledig waren, met name dat een aanvulling op het verkorte arrest ontbrak zoals bedoeld in art. 365a, tweede lid, Sv.

De Hoge Raad overweegt dat een raadsman die meent dat de processtukken onvolledig zijn, binnen de in art. 437, tweede lid, Sv genoemde termijn schriftelijk een verzoek om aanvulling moet indienen bij de rolraadsheer. In deze zaak is niet gebleken dat een dergelijk verzoek is ingediend.

Daarom kan de klacht niet tot cassatie leiden. De Hoge Raad wijst het beroep af zonder nadere motivering, omdat de middelen geen rechtsvragen oproepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Het arrest is gewezen door de vice-president en vier raadsheren van de Strafkamer van de Hoge Raad en uitgesproken op 27 januari 2009.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen wegens het ontbreken van een tijdig verzoek tot aanvulling van de processtukken.

Uitspraak

27 januari 2009
Strafkamer
nr. 07/11387
SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 13 februari 2007, nummer 22/002252-06, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren op [geboortedatum] 1985 te [geboorteplaats], wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.A. Oliemans, advocaat te Bergen op Zoom, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage teneinde op het bestaande beroep te worden berecht en afgedaan.
2. Beoordeling van het eerste en het derde middel
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dat behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Beoordeling van het tweede middel
3.1. Het middel klaagt dat zich bij de op de voet van art. 434 Sv Pro aan de Hoge Raad gezonden stukken niet een aanvulling op het verkorte arrest als bedoeld in art. 365a, tweede lid, Sv bevindt, zodat moet worden aangenomen dat die aanvulling niet is opgemaakt.
3.2. Een raadsman die bevindt dat de processtukken niet volledig zijn, moet binnen de in art. 437, tweede lid, Sv genoemde termijn schriftelijk een verzoek om aanvulling indienen bij de rolraadsheer (vgl. HR 15 juni 2004, LJN AO8819, NJ 2004, 465 en - thans ook - art. IV lid 3 van het Procesreglement van de Strafkamer van de Hoge Raad 2008, Stcrt. 147). In het onderhavige geval is niet gebleken dat de raadsman een dergelijk verzoek heeft ingediend, zodat de klacht niet tot cassatie kan leiden.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema, J.W. Ilsink, J. de Hullu en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier L.J.J. Okker-Braber, en uitgesproken op 27 januari 2009.