ECLI:NL:HR:2009:BG4817
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging wegens rechtmatige vangst kraaien onder Flora- en Faunawet
Op 14 juli 2005 werd verdachte betrapt op het vangen van vier zwarte kraaien, een beschermde inheemse diersoort, met een vangkooi geplaatst op een perceel nabij maïsland. Verdachte beschikte over schriftelijke toestemming van de grondgebruiker van het maïsperceel en het perceel waar de kooi stond, en voerde aan dat de vangkooi diende ter bescherming van het maïsgewas.
Het hof stelde vast dat de zwarte kraai op de landelijke vrijstellingslijst stond ingevolge artikel 65 van Pro de Flora- en Faunawet, die het mogelijk maakt beschermde diersoorten te vangen ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen. Het hof oordeelde dat de vangkooi, hoewel geplaatst op een perceel zonder schade, in de directe nabijheid van het maïsperceel stond en dat dit onder de vrijstelling valt.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van het Openbaar Ministerie en bevestigde dat het hof het bewezenverklaarde terecht als niet strafbaar heeft gekwalificeerd. De vrijstelling is locatie- en persoonsgebonden en vereist een causaal verband met belangrijke schade, wat hier voldoende aannemelijk was. Verdachte werd daarom ontslagen van alle rechtsvervolging.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging omdat het vangen van kraaien onder de geldende vrijstelling van de Flora- en Faunawet valt.