ECLI:NL:HR:2009:BG4826
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Vermindering taakstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatiefase
In deze strafzaak heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie van de verdachte behandeld tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem. De zaak betrof een overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM tijdens de cassatiefase. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het bestreden arrest voor wat betreft de strafhoogte, met vermindering van de straf, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest uitsluitend met betrekking tot het aantal uren taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis. De taakstraf werd verminderd van 180 naar 150 uren en de vervangende hechtenis van 90 naar 75 dagen. Het middel dat de overschrijding van de redelijke termijn betrof, werd gegrond verklaard vanwege een vertraging van meer dan 12 maanden bij de behandeling van de cassatie.
De Hoge Raad oordeelde dat er geen andere gronden waren om het arrest ambtshalve te vernietigen en wees het beroep voor het overige af. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren op 13 januari 2009.
Uitkomst: Taakstraf verminderd tot 150 uren en vervangende hechtenis tot 75 dagen wegens overschrijding redelijke termijn.