ECLI:NL:HR:2009:BG4830
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende motivering schatting wederrechtelijk voordeel hennepteelt
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin het wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepteelt werd vastgesteld op € 8.496,-. Het hof baseerde zich op een schatting van zes oogsten met een opbrengst van 17 gram per plant en een verkoopprijs van € 2,20 per gram. De verdediging voerde aan dat deze uitgangspunten onjuist waren en dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het van het standpunt van de verdachte was afgeweken.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof in strijd met artikel 359, tweede lid, Wetboek van Strafvordering heeft verzuimd om in het bijzonder de redenen op te geven waarom het is afgeweken van het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt van de verdachte over de gemiddelde opbrengst per hennepplant. Dit verzuim leidt tot nietigheid van het arrest volgens artikel 359, achtste lid, Wetboek van Strafvordering.
Daarnaast bespreekt de Hoge Raad dat de schatting van 17 gram per plant niet op concrete, gewichtsvastgestelde feiten is gebaseerd en niet strookt met richtlijnen en jurisprudentie waarin 5 gram per plant als uitgangspunt wordt gehanteerd. Ook wijst de Hoge Raad op factoren als ervaring van de kweker, professionaliteit van de kwekerij en kwaliteit van de hennep die invloed hebben op de opbrengst.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug aan het hof Amsterdam voor hernieuwde berechting en beslissing op het bestaande hoger beroep, waarbij het hof de motivering van de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel alsnog moet geven.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens onvoldoende motivering van de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel.