ECLI:NL:HR:2009:BG4990
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek tot tenuitvoerlegging ontnemingsmaatregel buitenlandse strafvonnis
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een uitspraak van de Rechtbank te 's-Gravenhage over het verzoek van Duitse autoriteiten tot overname van de tenuitvoerlegging van een ontnemingsmaatregel van € 75.000. De rechtbank oordeelde dat het vonnis niet tot verbeurdverklaring strekt, maar tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, en beperkte de tenuitvoerlegging tot het in Nederland inbeslaggenomen bedrag van € 65.700.
De Hoge Raad bevestigde dat dit oordeel niet onbegrijpelijk is en dat de situatie van art. 31a, tweede lid, Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen (Wots) zich niet voordeed. De rechtbank heeft rekening gehouden met de afstand van de veroordeelde van het geld in Duitsland en de resocialisatiedoelen.
De Hoge Raad concludeerde dat de rechtbank geen onjuiste rechtsopvatting had en verwierp het cassatieberoep. Hiermee blijft de beperking van de tenuitvoerlegging tot het inbeslaggenomen bedrag gehandhaafd.
Uitkomst: Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt beperking tenuitvoerlegging ontnemingsmaatregel tot inbeslaggenomen bedrag.