ECLI:NL:HR:2009:BG5569
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Vermindering geldboete wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
In deze strafzaak heeft de verdachte cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage. De raadsman van de verdachte heeft middelen van cassatie voorgesteld, waaronder een klacht over de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro.
De Hoge Raad constateert dat de redelijke termijn in de cassatiefase is overschreden doordat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden. Hoewel deze overschrijding niet leidt tot niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie, moet dit wel resulteren in een vermindering van de aan de verdachte opgelegde geldboete.
De Hoge Raad vernietigt daarom het bestreden arrest uitsluitend wat betreft de strafoplegging en vermindert de geldboete tot € 97.500,-. Voor het overige wordt het beroep verworpen. De overige middelen van cassatie worden niet-ontvankelijk verklaard of niet-ontvankelijk bevonden wegens gebrek aan een stellige en duidelijke klacht.
Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken op 12 mei 2009.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de opgelegde geldboete tot € 97.500,- wegens overschrijding van de redelijke termijn.