ECLI:NL:HR:2009:BG5616
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J.P. Balkema
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Vermindering taakstraf en vervangende hechtenis wegens overschrijding redelijke termijn
De Hoge Raad behandelde op 20 januari 2009 het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam uit 2006. Het beroep richtte zich op de opgelegde straf, waarbij de Advocaat-Generaal had geconcludeerd tot vernietiging van de strafoplegging met vermindering van de straf, maar tot verwerping van het beroep voor het overige.
De Hoge Raad oordeelde dat het cassatiemiddel niet tot cassatie kon leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat het middel geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatte. Wel stelde de Hoge Raad ambtshalve vast dat de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro was overschreden, aangezien meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep.
Als gevolg hiervan werd de taakstraf verminderd van 240 naar 228 uren en de vervangende hechtenis van 120 naar 114 dagen. Het beroep werd voor het overige verworpen. Hiermee werd de strafoplegging aangepast vanwege de termijnoverschrijding, zonder inhoudelijke wijziging van de veroordeling.
Uitkomst: Vermindering van taakstraf tot 228 uren en vervangende hechtenis tot 114 dagen wegens overschrijding van de redelijke termijn.