ECLI:NL:HR:2009:BG5623
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens ontoereikende motivering bewijs rij- en rusttijden vrachtwagenchauffeurs
In deze strafzaak stond de verdachte terecht wegens overtreding van voorschriften omtrent rij- en rusttijden van vrachtwagenchauffeurs in de periode van 18 april 2003 tot en met 1 juni 2003. De verdachte werd verweten niet te hebben gehandeld overeenkomstig artikel 8 van Pro Verordening (EEG) nr. 3820/85, waarbij de dagelijkse rusttijd van bestuurders onvoldoende was.
De bewezenverklaring omvatte 36 overtredingen van het Arbeidstijdenbesluit vervoer, maar de Hoge Raad constateerde dat het relaas van de verbalisant over de voertuigen waarmee de overtredingen zouden zijn begaan niet eenduidig was. Met name was onduidelijk of het ging om combinaties van trekker en oplegger of losse trekkers, en ontbrak voldoende bewijs over het laadvermogen van de losse trekkers.
Hierdoor was de motivering van de bewezenverklaring ontoereikend en onvoldoende onderbouwd. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof Arnhem voor zover het beslissingen betrof over de feiten 1 en 3 tot en met 9 en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde behandeling. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het hof Arnhem is vernietigd wegens ontoereikende motivering van de bewezenverklaring en de zaak is terugverwezen voor hernieuwde behandeling.