ECLI:NL:HR:2009:BG5859

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 februari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/11493
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:658 BWArt. 81 ROArt. 243 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Werkgeversaansprakelijkheid voor gezondheidsschade door gevaarlijke stoffen tijdens werk

In deze zaak vordert een werknemer (verweerder) Rendamax B.V. aansprakelijk te stellen voor de door hem geleden en nog te lijden gezondheidsschade als gevolg van blootstelling aan gevaarlijke stoffen tijdens zijn werkzaamheden. De rechtbank Maastricht verklaarde Rendamax aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door het Organisch Psycho Syndroom/de Chronisch Toxische Encefalopathie en veroordeelde Rendamax tot betaling van buitengerechtelijke kosten.

Rendamax stelde hoger beroep in tegen de vonnissen, maar het gerechtshof 's-Hertogenbosch bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde Rendamax niet-ontvankelijk in het beroep tegen het tussenvonnis. Rendamax stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van Rendamax niet tot cassatie konden leiden en bevestigde daarmee de werkgeversaansprakelijkheid op grond van artikel 7:658 BW Pro. Tevens werd de omvang van de stelplicht van de werknemer besproken, waarbij werd vastgesteld dat de werknemer niet meer hoeft te stellen dan redelijkerwijs mogelijk is.

De Hoge Raad veroordeelde Rendamax in de kosten van het cassatiegeding en wees het beroep af, waarmee de eerdere uitspraken in stand bleven.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de werkgeversaansprakelijkheid van Rendamax voor de gezondheidsschade van de werknemer.

Uitspraak

6 februari 2009
Eerste Kamer
07/11493
EV/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
RENDAMAX B.V.,
gevestigd te Kerkrade,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. J. Brandt,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. R.A.A. Duk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Rendamax en [verweerder].
1. Het geding in feitelijke instanties
[Verweerder] heeft bij exploot van 24 juni 2003 Rendamax gedagvaard voor de rechtbank Maastricht, sector kanton Heerlen, en gevorderd, kort gezegd, te verklaren voor recht dat Rendamax met betrekking tot de door [verweerder] geleden en nog te lijden schade aansprakelijk is, op te maken bij staat en te vereffenen als volgens de wet, zulks met nevenvorderingen.
Rendamax heeft de vordering bestreden.
De kantonrechter heeft, na een tussenvonnis van 14 juli 2004 waarbij een comparitie van partijen is gelast, bij eindvonnis van 23 maart 2005 voor recht verklaard dat Rendamax met betrekking tot de door [verweerder] ten gevolge van het Organisch Psycho Syndroom/de Chronisch Toxische Encepalopathie geleden en nog te lijden schade aansprakelijk is, op te maken bij staat en te vereffenen als volgens de wet, te vermeerderen met de wettelijke rente en Rendamax veroordeeld tot betaling van € 1.200,-- ten titel van buitengerechtelijke kosten. Tegen de vonnissen van 14 juli 2004 en 23 maart 2005 heeft Rendamax hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. [Verweerder] heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.
Bij arrest van 29 mei 2007 heeft het hof in het principaal appel Rendamax niet-ontvankelijk verklaard in het beroep tegen het tussenvonnis van 14 juli 2004 en in het principaal en incidenteel appel het vonnis van 23 maart 2005 bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft Rendamax beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Rendamax in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 2.571,34 in totaal, waarvan € 2.496,34 op de voet van art. 243 Rv Pro. te betalen aan de Griffier, en € 75,-- aan [verweerder].
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 6 februari 2009.