ECLI:NL:HR:2009:BG5975
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor het parkeren van een tankwagen met gevaarlijke stoffen binnen de bebouwde kom
De verdachte werd veroordeeld omdat hij met een trekker en oplegger waarin zich resten van een gevaarlijke stof bevonden, binnen de bebouwde kom parkeerde, hetgeen in strijd is met artikel 11 van Pro de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Wvgs). De zaak betrof een tankwagen die leeg was maar nog niet gereinigd, geparkeerd in Capelle aan den IJssel.
Het hof oordeelde dat de verdachte de tankwagen op een 'a-parkeerplaats' had moeten parkeren, ondanks dat deze 15,6 kilometer verderop lag, omdat deze parkeerplaats redelijkerwijs beschikbaar was en uit oogpunt van openbare veiligheid prioriteit had. Het hof verwierp het verweer dat de parkeerplaatsen niet beschikbaar waren en dat de Arbeidstijdenwet een reden tot parkeren gaf.
De Hoge Raad bevestigde dat de nationale wetgever bevoegd is strengere maatregelen te treffen dan de ADR-voorschriften, waaronder het verbod om binnen de bebouwde kom te parkeren met voertuigen die gevaarlijke stoffen vervoeren of resten daarvan bevatten. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en oordeelde dat het gebod van artikel 11, eerste lid, Wvgs onverkort van toepassing was.
Hoewel de redelijke termijn voor de cassatieprocedure was overschreden, zag de Hoge Raad geen aanleiding om dit tot rechtsgevolg te verbinden gezien de aard en zwaarte van de opgelegde sanctie. Het beroep werd derhalve verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte voor het parkeren van een tankwagen met gevaarlijke stoffen binnen de bebouwde kom.