ECLI:NL:HR:2009:BG6151
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J.P. Balkema
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van inbeslagneming van papieren tijdens doorzoeking en ontvankelijkheid van klaagschrift
In deze zaak stond centraal of het onder zich nemen van een ongeordende stapel papieren door de rechter-commissaris tijdens een doorzoeking kon worden aangemerkt als inbeslagneming in de zin van artikel 134 van Pro het Wetboek van Strafvordering. De rechter-commissaris had besloten de papieren mee te nemen naar het kabinet om te beoordelen welke stukken voor beslag vatbaar waren. Een deel van de papieren werd in beslag genomen, terwijl andere stukken aan de verdachte werden teruggegeven.
De rechtbank had het klaagschrift van de klager niet-ontvankelijk verklaard voor zover het betrekking had op stukken die inmiddels waren teruggegeven. De Hoge Raad bevestigde deze niet-ontvankelijkheid en vernietigde de beschikking voor het overige, waarna de zaak werd terugverwezen voor herbeoordeling.
De Hoge Raad benadrukte dat het onder zich nemen van papieren voor onderzoek, met het oog op het aan de dag brengen van de waarheid (art. 94 Sv Pro), niet hetzelfde is als inbeslagneming ten behoeve van de strafvordering zoals bedoeld in art. 134 Sv Pro. Dit oordeel van de rechtbank werd als juiste rechtsopvatting bevestigd.
De zaak illustreert de zorgvuldigheid die vereist is bij het onderscheid tussen het tijdelijk onder zich nemen van stukken voor onderzoek en daadwerkelijke inbeslagneming, met het oog op de rechten van de verdachte en de waarborging van het geheimhoudingsrecht van vertrouwelijke correspondentie.
De Hoge Raad besloot de klager niet-ontvankelijk te verklaren voor het beroep tegen reeds teruggegeven stukken, vernietigde de beschikking voor de overige stukken en verwees de zaak terug naar het gerechtshof voor verdere behandeling.
Uitkomst: Klager niet-ontvankelijk verklaard voor reeds teruggegeven stukken; beschikking vernietigd voor overige stukken en zaak terugverwezen.