ECLI:NL:HR:2009:BG6558
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J.P. Balkema
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn en bewijsvoering proces-verbaal
In deze cassatieprocedure tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof Amsterdam uit 2004, klaagt de verdachte over het ontbreken van een proces-verbaal in het dossier en de overschrijding van de redelijke termijn voor betekening van het arrest.
De Hoge Raad heeft op grond van art. 83 RO Pro inlichtingen ingewonnen en het ontbrekende proces-verbaal alsnog ontvangen uit de strafdossiers van mededaders. Hierdoor is vastgesteld dat het middel omtrent het ontbreken van het proces-verbaal feitelijk geen grondslag heeft.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat de mededeling van het arrest aan de verdachte niet binnen een jaar na de uitspraak heeft plaatsgevonden, waardoor de vertraging voor rekening van het Openbaar Ministerie komt. Dit leidt tot een overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro.
Als gevolg hiervan vermindert de Hoge Raad de opgelegde gevangenisstraf met acht maanden, terwijl het beroep voor het overige wordt verworpen. De uitspraak is gedaan door de Strafkamer van de Hoge Raad op 7 april 2009.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot acht maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.