ECLI:NL:HR:2009:BG6599
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Vermindering geldboete wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage uit 2004, waarbij verdachte werd veroordeeld. Het middel in cassatie klaagt over de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, omdat het hof de stukken te laat inzond.
De Hoge Raad erkent de overschrijding van de redelijke termijn en stelt vast dat dit niet kan leiden tot niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie, maar wel tot strafvermindering. Gezien de vertraging in de behandeling van het cassatieberoep, die meer dan drieëneenhalf jaar duurde, vermindert de Hoge Raad de opgelegde geldboete van €653 naar €550, met een subsidiaire hechtenis van 10 dagen in plaats van 13.
Voor het overige wijst de Hoge Raad het beroep af, aangezien geen andere gronden voor vernietiging aanwezig zijn. De uitspraak is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en is op 12 mei 2009 uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de geldboete van €653 naar €550 wegens overschrijding van de redelijke termijn.