ECLI:NL:HR:2009:BG6603
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Vermindering geldboete wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld door het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor overtreding van de Meststoffenwet en valsheid in geschrift. Tegen dit arrest stelde de verdachte beroep in cassatie bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM, in de cassatiefase was overschreden door vertraging bij de inzending van stukken door het hof. Hoewel deze overschrijding niet leidde tot niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie, rechtvaardigde zij wel een vermindering van de opgelegde straf.
De Hoge Raad vernietigde daarom het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft de hoogte van de opgelegde geldboete en verminderde deze van € 50.000,- naar € 45.000,-, met een subsidiaire straf van 180 dagen hechtenis. Het beroep werd voor het overige verworpen. De uitspraak werd gedaan door de strafkamer van de Hoge Raad op 12 mei 2009.
Uitkomst: De opgelegde geldboete wordt verminderd van € 50.000,- naar € 45.000,- wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.