ECLI:NL:HR:2009:BG9155
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Vonnis Hoge Raad over begin van uitvoering bij poging diefstal met braak
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem waarin verdachte werd veroordeeld voor poging diefstal met braak. Het hof stelde vast dat verdachte met mededaders een auto gebruikte om zich toegang te verschaffen tot een winkel, met het oogmerk goederen te stelen, maar dat de diefstal niet werd voltooid.
De Hoge Raad oordeelt dat het oordeel van het hof dat de gedragingen van verdachte naar uiterlijke verschijningsvorm gericht waren op voltooiing van het misdrijf, geen onjuiste rechtsopvatting bevat en niet onbegrijpelijk is. Het middel dat dit betwist faalt daarom.
Verder constateert de Hoge Raad dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep is overschreden, waardoor de opgelegde gevangenisstraf ambtshalve wordt verminderd van vier maanden naar drie maanden en drie weken.
Het beroep wordt voor het overige verworpen en het arrest van het hof wordt vernietigd uitsluitend wat betreft de duur van de straf. De Hoge Raad bevestigt hiermee de kwalificatie van het handelen als begin van uitvoering van poging diefstal met braak en past een termijnvermindering toe.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt ambtshalve verminderd tot drie maanden en drie weken; het cassatieberoep wordt verder verworpen.