ECLI:NL:HR:2009:BG9210
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatiefase
In deze zaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam. De Advocaat-Generaal concludeerde tot verlaging van de straf en verwerping van het beroep voor het overige. De Hoge Raad vernietigt het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf en vermindert deze tot drie jaar en vier maanden.
De Hoge Raad oordeelt dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM is overschreden doordat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden en de uitspraak meer dan twee jaar na het instellen van het cassatieberoep is gedaan. Dit leidt tot een strafvermindering van twee maanden. Voor het overige wordt het beroep verworpen omdat geen andere gronden tot cassatie leiden.
De uitspraak is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en is op 31 maart 2009 uitgesproken. De zaak betreft een strafrechtelijke procedure waarin de redelijke termijn in de cassatiefase centraal stond.
Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd tot drie jaar en vier maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase.