ECLI:NL:HR:2009:BG9458
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- W.A.M. van Schendel
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over afstortingsplicht pensioenverevening bij directeur-grootaandeelhouder
De zaak betreft een geschil over de afstortingsplicht van pensioenrechten in het kader van pensioenverevening na echtscheiding tussen [eiseres] en haar voormalige echtgenoot, directeur-grootaandeelhouder van [verweerster]. [Eiseres] vorderde dat de vennootschap een bedrag zou afstorten bij een solide pensioenverzekeraar ter zake van haar deel van de pensioenaanspraken. De rechtbank wees de vordering grotendeels toe, maar het hof vernietigde dit en wees de vordering af, stellende dat geen uitdrukkelijke overeenkomst bestond over afstorting.
De Hoge Raad stelt dat het hof een onjuiste rechtsopvatting had door te oordelen dat alleen bij uitdrukkelijke overeenkomst een afstortingsplicht kan bestaan. Volgens vaste jurisprudentie moet een directeur-grootaandeelhouder die de vennootschap beheerst zorgdragen voor afstorting van het benodigde kapitaal bij een externe pensioenverzekeraar, tenzij anders overeengekomen.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof Amsterdam en verwijst de zaak naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling en beslissing. Het (voorwaardelijk) incidentele cassatieberoep van [verweerster] wordt verworpen. De kosten van de cassatieprocedures worden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest hof Amsterdam en verwijst zaak door voor verdere behandeling over afstortingsplicht pensioenverevening.