ECLI:NL:HR:2009:BG9619
Hoge Raad
- Herziening
- G.J.M. Corstens
- W.A.M. van Schendel
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens ontbreken nieuw ernstig vermoeden in WAM-verzekeringszaak
De zaak betreft een verzoek tot herziening van een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage uit 2007, waarin de aanvrager werd veroordeeld voor het niet hebben van een verplichte motorrijtuigenverzekering op 1 juni 2005. De aanvrager stelde dat er op die datum wel degelijk een geldige verzekering van kracht was, ondersteund door een verklaring van de verzekeringsmaatschappij.
De Advocaat-Generaal concludeerde dat het verzoek ongegrond was. De Hoge Raad overwoog dat voor herziening op grond van art. 457 Sv Pro een nieuw feitelijk gegeven vereist is dat, indien bekend geweest, tot vrijspraak of een minder zware straf had kunnen leiden. De verklaring van de verzekeraar werd echter tegengesproken door een latere bevestiging dat er op de datum geen dekking was wegens betalingsachterstand.
Daarom wekt het nieuwe bewijs geen ernstig vermoeden dat de eerdere veroordeling onjuist was. Het verzoek tot herziening werd afgewezen. De Hoge Raad bevestigt hiermee de geldigheid van de eerdere veroordeling wegens het niet hebben van een verplichte verzekering.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het verzoek tot herziening af wegens ontbreken van een nieuw ernstig vermoeden dat de eerdere veroordeling onjuist was.