ECLI:NL:HR:2009:BG9908
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt omvang rechtsstrijd in hoger beroep in civiele zaak over betaling
De zaak betreft een vordering van ING Bank tot betaling van €78.516,37 door eiser. De rechtbank Roermond wees de vordering toe, welke uitspraak door eiser in hoger beroep werd bestreden bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Na een tussenarrest waarbij eiser tot bewijs werd toegelaten, bekrachtigde het hof het vonnis van de rechtbank bij eindarrest.
Eiser stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen zowel het tussenarrest als het eindarrest van het hof. De Hoge Raad ontving conclusies van de Advocaat-Generaal die stelden het beroep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten geen cassatiegronden opleverden en dat geen nadere motivering nodig was, mede gelet op artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde eiser in de kosten van het geding in cassatie. Hiermee werd de omvang van de rechtsstrijd in hoger beroep bevestigd en de eerdere uitspraken gehandhaafd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de eerdere uitspraken van rechtbank en hof worden bekrachtigd.