ECLI:NL:HR:2009:BG9968
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest opzetheling gestolen auto wegens tegenstrijdige bewijsvoering
De verdachte werd ten laste gelegd dat hij tussen 19 en 25 april 2006 te Nieuwegein een gestolen personenauto (Nissan Primera) voorhanden had en wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof. Daarnaast werd subsidiair diefstal met valse sleutel ten laste gelegd.
Het hof verklaarde bewezen dat verdachte de auto voorhanden had gehad met het redelijk vermoeden van diefstal, gebaseerd op verklaringen van betrokkenen, afgeluisterde telefoongesprekken en aangifte van inbraak. Het hof kwalificeerde dit als opzetheling, maar sprak verdachte vrij van opzetheling en veroordeelde hem voor schuldheling.
De Hoge Raad oordeelt dat deze kwalificatie niet verenigbaar is met de vrijspraak voor opzetheling en dat de bewijsoverwegingen tegenstrijdig zijn. Zo stroken de verklaringen van getuigen niet met de inhoud van de bewijsmiddelen. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof Amsterdam voor een nieuwe berechting op het bestaande hoger beroep.
De zaak betreft complexe bewijsvoering rond het bezit en de kennis van de verdachte omtrent een gestolen auto, waarbij de Hoge Raad streng toetst aan de consistentie en samenhang van de bewijsmiddelen en de motivering van het hof.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.