ECLI:NL:HR:2009:BH0049

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 april 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/00849
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • F.H. Koster
  • J.P. Balkema
  • J.W. Ilsink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 8 lid 3 EG-verordening nr. 1774/2002
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Begrip vergezellen in EG-verordening 1774/2002 en verbindendheid van de verordening

In deze economische strafzaak stond de uitleg van het begrip 'vergezellen' zoals bedoeld in artikel 8 lid 3 van Pro de EG-verordening nr. 1774/2002 centraal. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem, Economische Kamer.

De raadsman van de verdachte diende schriftelijke middelen van cassatie in, waarop de Advocaat-Generaal Knigge concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

De Hoge Raad bevestigde daarmee de verbindendheid van de genoemde EG-verordening en verwierp het cassatieberoep. Het arrest werd gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter en raadsheren J.P. Balkema en J.W. Ilsink op 7 april 2009.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen en het arrest van het Gerechtshof Arnhem blijft in stand.

Uitspraak

7 april 2009
Strafkamer
nr. 08/00849
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem, Economische Kamer, van 3 april 2007, nummer 21/000124-06, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], gevestigd te [vestigingsplaats].
1. Geding in cassatie
1.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. M.J.J.E. Stassen, advocaat te Tilburg, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
1.2. De raadsman heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.
2. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 7 april 2009.