ECLI:NL:HR:2009:BH0148
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering schadevergoeding wegens onrechtmatige daad inclusief kosten rechtsbijstand
Eiser heeft verweerder 1 en verweerder 2 gedagvaard en gevorderd hen hoofdelijk te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding van ƒ 33.603,25, vermeerderd met rente en kosten, wegens onrechtmatige daad. Na verstek tegen verweerder 1 en verweer van verweerder 2, heeft de rechtbank Rotterdam de vordering grotendeels afgewezen en slechts een klein bedrag toegekend.
Eiser ging in hoger beroep bij het gerechtshof te 's-Gravenhage, dat het vonnis van de rechtbank bekrachtigde. Vervolgens stelde eiser beroep in cassatie in tegen dit arrest. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden, mede omdat zij geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.
De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en eiser veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, welke aan de zijde van verweerders nihil zijn begroot. Hiermee blijft het arrest van het hof in stand en wordt de vordering van eiser afgewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en de vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen.