ECLI:NL:HR:2009:BH0536
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt loonbegrip voor privégebruik auto in Fooienbesluit 2002
Belanghebbende, een exploitant van een restaurant, stelde in 2002 een personenauto ter beschikking aan een werknemer van het bedienend personeel. Over het genot van deze auto werd loonheffing ingehouden en afgedragen, maar het uitbetaalde loon was lager dan het toepasselijke minimumloon volgens de collectieve arbeidsovereenkomst.
De Inspecteur legde een naheffingsaanslag en boete op wegens toepassing van het Fooienbesluit 2002. Na bezwaar en beroep vernietigde het Hof de uitspraak van de Rechtbank en beperkte de naheffing tot een bedrag dat rekening hield met de ingehouden loonheffing over het privégebruik van de auto.
De Staatssecretaris stelde beroep in cassatie in tegen het Hofarrest. De Hoge Raad bevestigde dat het voordeel van het privégebruik van de auto als loon moet worden beschouwd onder het Fooienbesluit 2002, maar niet onder de Wet op de loonbelasting 1964. Hierdoor was er geen sprake van te weinig afgedragen loonbelasting en kon geen naheffing worden opgelegd.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond, veroordeelde de Staatssecretaris in de proceskosten en bevestigde de beperking van de naheffingsaanslag tot € 13.242.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat het voordeel van privégebruik auto loon is voor het Fooienbesluit 2002, maar niet voor de Wet op de loonbelasting 1964.