ECLI:NL:HR:2009:BH0620
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- J.A.C.A. Overgaauw
- Rechtspraak.nl
Waardering bedrijfspand en fiscale behandeling voorkeursrecht van koop bij verkoop onderneming
Belanghebbende en haar echtgenoot, ondernemers in een bouwmarkt, verkochten hun onderneming en verhuurden het bedrijfspand aan de koper. Bij de overdracht ging het bedrijfspand over naar het privévermogen van belanghebbende. In geschil was de waardering van het pand en of de vergoeding voor het aan de huurder verleende voorkeursrecht van koop als winst uit onderneming moest worden belast.
De rechtbank wees het beroep van belanghebbende af, maar het hof vernietigde deze uitspraak en stelde de aanslag gedeeltelijk bij. Het hof oordeelde dat de vergoeding voor het voorkeursrecht niet tot de winst uit onderneming behoorde omdat dit recht in de privésfeer was gevestigd.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof, omdat het hof ten onrechte niet heeft meegewogen dat het voorkeursrecht en de huurovereenkomst deel uitmaakten van de ondernemingshandelingen gericht op liquidatie van het ondernemingsvermogen. De vergoeding voor het voorkeursrecht moet daarom bij de winst uit onderneming worden betrokken. De zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor herbeoordeling met inachtneming dat de vergoeding voor het voorkeursrecht bij de winst uit onderneming moet worden betrokken.