ECLI:NL:HR:2009:BH1160

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 oktober 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/01134
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 25 lid 3 AWIRArt. 27e AWIR
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling van vereiste aangifte en omkering bewijslast bij relatief hoge aftrekposten in belastingaangifte

In deze zaak heeft de Hoge Raad zich gebogen over de vraag wanneer het doen van een inhoudelijk niet adequate aangifte in de belastingwetgeving gelijkstaat aan het niet doen van de vereiste aangifte zoals bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Centraal staat de beoordeling van relatief hoge aftrekposten en de gevolgen daarvan voor de bewijslastverdeling.

De conclusie van de Advocaat-Generaal benadrukt dat het ontbreken van de vereiste aangifte al lange tijd leidt tot omkering van de bewijslast, maar dat er nog steeds belangrijke vragen openstaan over de maatstaven die hiervoor gehanteerd moeten worden. Daarbij wordt onder meer gekeken naar het normatieve percentage dat als 'relatief aanzienlijk' moet worden beschouwd en de vraag of subjectieve factoren zoals opzet een rol mogen spelen.

Voorts wordt gesteld dat de sanctie van omkering van de bewijslast pas mag intreden indien vaststaat dat de belastingplichtige zich bewust was van het niet aangeven van een relatief aanzienlijk bedrag. Dit bewustzijnsvereiste wordt gezien als noodzakelijk vanwege de zwaarte van de sanctie. De conclusie van de A-G leidt tot het advies om het beroep in cassatie te verklaren.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verklaard, waarbij voorwaarden voor omkering van de bewijslast bij niet adequate aangifte worden verduidelijkt.

Uitspraak

Uitspraak wordt niet gepubliceerd.