ECLI:NL:HR:2009:BH1224

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 maart 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/01833
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • A. Hammerstein
  • O. de Savornin Lohman
  • W.D.H. Asser
  • E.J. Numann
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:377c BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek vader op grond van art. 1:377c BW tot informatie over meerderjarige dochter

De vader verzocht de rechtbank om op grond van art. 1:377c BW de school te verplichten hem informatie te blijven verstrekken over zijn minderjarige dochter. De rechtbank wees dit verzoek af. In hoger beroep werd het verzoek vernietigd en werd de vader niet-ontvankelijk verklaard omdat zijn dochter tijdens de procedure meerderjarig was geworden.

De vader stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen deze beslissing. De Hoge Raad oordeelde dat het verzoek van de vader betrekking had op informatie uit de periode waarin zijn dochter minderjarig was. Na haar meerderjarigheid kan dergelijke informatie alleen nog door haarzelf of met haar toestemming worden verstrekt.

Omdat de dochter inmiddels meerderjarig was, was de grondslag van het verzoek vervallen en ontbrak het de vader aan belang bij het cassatieberoep. Daarom verklaarde de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep van de vader niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van belang na meerderjarigheid van de dochter.

Uitspraak

27 maart 2009
Eerste Kamer
08/01833
RM/IS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De vader],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. J.F.M. van Weegberg,
t e g e n
STICHTING REGIONAAL OPLEIDINGEN CENTRUM DRENTHE,
gevestigd te Assen,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. E. Grabandt.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vader en de School.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 27 september 2006 ter griffie van de rechtbank Assen ingediend verzoekschrift heeft de vader zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, te bepalen dat de School op grond van art. 1:377c BW aan de vader informatie over zijn minderjarige dochter [de dochter], geboren op [geboortedatum] 1989, zal (blijven) verstrekken.
De School heeft een verweerschrift ingediend.
Na mondelinge behandeling van het verzoek heeft de rechtbank bij beschikking van 28 maart 2007 het verzoek van de vader afgewezen.
Tegen deze beschikking heeft de vader hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Leeuwarden. In hoger beroep heeft de vader verzocht, kort gezegd, de beschikking van de rechtbank te vernietigen en, opnieuw beslissende, te bepalen dat zijn verzoek in eerste aanleg wordt toegewezen voorzover dat informatie betreft over de periode waarin [de dochter] nog minderjarig was.
Bij beschikking van 30 januari 2008 heeft het hof de beschikking waarvan beroep vernietigd en, opnieuw beslissende, de vader niet-ontvankelijk verklaard in het inleidend verzoek.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De School heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de vader in zijn cassatieverzoek.
3. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
3.1 Het verzoek van de vader strekt tot het geven van informatie op de voet van art. 1:377c BW over zijn dochter [de dochter] door de School. [De dochter] is op [geboortedatum] 2007, tijdens de procedure in hoger beroep, meerderjarig geworden.
3.2 Nu dit verzoek naar zijn aard alleen betrekking heeft op informatie uit de periode voor 13 juni 2007 en deze informatie na die datum alleen nog door [de dochter] persoonlijk of met haar toestemming door derden kan worden verleend, is de grondslag aan het verzoek komen te ontvallen. De vader moet bij gebrek aan belang niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn cassatieberoep.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de vader niet-ontvankelijk in zijn beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 27 maart 2009.