ECLI:NL:HR:2009:BH1224
Hoge Raad
- Cassatie
- A. Hammerstein
- O. de Savornin Lohman
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vader op grond van art. 1:377c BW tot informatie over meerderjarige dochter
De vader verzocht de rechtbank om op grond van art. 1:377c BW de school te verplichten hem informatie te blijven verstrekken over zijn minderjarige dochter. De rechtbank wees dit verzoek af. In hoger beroep werd het verzoek vernietigd en werd de vader niet-ontvankelijk verklaard omdat zijn dochter tijdens de procedure meerderjarig was geworden.
De vader stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen deze beslissing. De Hoge Raad oordeelde dat het verzoek van de vader betrekking had op informatie uit de periode waarin zijn dochter minderjarig was. Na haar meerderjarigheid kan dergelijke informatie alleen nog door haarzelf of met haar toestemming worden verstrekt.
Omdat de dochter inmiddels meerderjarig was, was de grondslag van het verzoek vervallen en ontbrak het de vader aan belang bij het cassatieberoep. Daarom verklaarde de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep van de vader niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van belang na meerderjarigheid van de dochter.