ECLI:NL:HR:2009:BH1457
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam in een strafzaak tegen verdachte, die destijds in voorlopige hechtenis zat. De Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging van de opgelegde gevangenisstraf wegens overschrijding van de redelijke termijn en tot vermindering daarvan, terwijl het overige beroep werd verworpen.
De Hoge Raad constateerde dat meer dan zestien maanden waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep, wat een overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro betekent. Dit leidde tot een vermindering van de gevangenisstraf van 24 maanden (waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar) naar 23 maanden met dezelfde voorwaarden.
De overige middelen van cassatie werden niet gegrond bevonden en behoefden geen nadere motivering. De Hoge Raad vernietigde derhalve uitsluitend het onderdeel van de strafduur en verwierp het beroep voor het overige. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en uitgesproken op 31 maart 2009.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van 24 naar 23 maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.