ECLI:NL:HR:2009:BH1635

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 februari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C07/147HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie in civiele koopzaak met schadevergoeding

Everpolish vorderde bij de rechtbank Utrecht schadevergoeding van eiseres wegens een geschil omtrent een koopovereenkomst. De rechtbank wees de vordering af, waarna Everpolish hoger beroep instelde bij het hof Amsterdam. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en wees de vordering alsnog toe.

Eiseres stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Het cassatieberoep werd verworpen en eiseres werd veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Hiermee bleef het arrest van het hof Amsterdam in stand dat de vordering van Everpolish toewijst.

De zaak betreft onder meer de toepassing van art. 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie (RO) en bevestigt de devolutieve werking van het hoger beroep in civiele zaken.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en de kosten worden aan haar opgelegd.

Uitspraak

27 februari 2009
Eerste Kamer
Nr. C07/147HR
RM/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt,
t e g e n
EVERPOLISH B.V.,
gevestigd te Bilthoven, gemeente De Bilt,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. C.A.J. van der Meulen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en Everpolish.
1. Het geding in feitelijke instanties
Everpolish heeft bij exploot van 27 juli 2004 [eiseres] gedagvaard voor de rechtbank Utrecht en gevorderd, kort gezegd, [eiseres] te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding aan Everpolish, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.
[Eiseres] heeft de vordering bestreden en een vordering in reconventie ingesteld. De vordering in reconventie speelt in cassatie geen rol meer.
De rechtbank heeft bij vonnis van 31 augustus 2005 de vordering van Everpolish afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft Everpolish hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Bij arrest van 11 januari 2007 heeft het hof het vonnis van de rechtbank vernietigd en de vordering van Everpolish alsnog toegewezen.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Everpolish heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO Pro.
De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 31 december 2008 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Everpolish begroot op € 371,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 27 februari 2009.