ECLI:NL:HR:2009:BH1661
Hoge Raad
- Herziening
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Herziening van veroordeling wegens ontbreken geldige motorrijtuigverzekering
De aanvrager was door de kantonrechter veroordeeld wegens het niet hebben van een geldige motorrijtuigverzekering op 19 juli 2006. Na het vonnis werd een verklaring overgelegd van de verzekeraar dat er op die datum wel degelijk een verzekering van kracht was die aan de WAM-eisen voldeed.
De aanvrage tot herziening berustte op de stelling dat deze nieuwe omstandigheid, als bedoeld in art. 457 Sv Pro, tot vrijspraak zou moeten leiden indien de kantonrechter hiervan op de hoogte was geweest. De Procureur-Generaal adviseerde de Hoge Raad de herzieningsaanvraag gegrond te verklaren, de tenuitvoerlegging van het vonnis op te schorten en de zaak terug te verwijzen naar het gerechtshof.
De Hoge Raad oordeelde dat de overgelegde verzekeringsverklaring een ernstige aanwijzing vormt dat de eerdere veroordeling onjuist was. Daarom werd de herzieningsaanvraag gegrond verklaard, de tenuitvoerlegging geschorst en de zaak verwezen naar het gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor herbehandeling en afdoening.
Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken op 3 februari 2009.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond, schorst de tenuitvoerlegging en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor herbehandeling.