ECLI:NL:HR:2009:BH1661

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 februari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/02753 H
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Herziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30 WAMArt. 34 WAMArt. 457 SvArt. 467 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herziening van veroordeling wegens ontbreken geldige motorrijtuigverzekering

De aanvrager was door de kantonrechter veroordeeld wegens het niet hebben van een geldige motorrijtuigverzekering op 19 juli 2006. Na het vonnis werd een verklaring overgelegd van de verzekeraar dat er op die datum wel degelijk een verzekering van kracht was die aan de WAM-eisen voldeed.

De aanvrage tot herziening berustte op de stelling dat deze nieuwe omstandigheid, als bedoeld in art. 457 Sv Pro, tot vrijspraak zou moeten leiden indien de kantonrechter hiervan op de hoogte was geweest. De Procureur-Generaal adviseerde de Hoge Raad de herzieningsaanvraag gegrond te verklaren, de tenuitvoerlegging van het vonnis op te schorten en de zaak terug te verwijzen naar het gerechtshof.

De Hoge Raad oordeelde dat de overgelegde verzekeringsverklaring een ernstige aanwijzing vormt dat de eerdere veroordeling onjuist was. Daarom werd de herzieningsaanvraag gegrond verklaard, de tenuitvoerlegging geschorst en de zaak verwezen naar het gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor herbehandeling en afdoening.

Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken op 3 februari 2009.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond, schorst de tenuitvoerlegging en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor herbehandeling.

Uitspraak

3 februari 2009
Strafkamer
nr. 08/02753 H
SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Rechtbank te Maastricht, sector Kanton locatie Sittard-Geleen, van 28 augustus 2007, nummer 03/480018-07, ingediend door mr. A.G. van den Biezenbos, advocaat te Eindhoven, namens:
[Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969, wonende te [woonplaats].
1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
De Kantonrechter heeft de aanvrager ter zake van overtreding van art. 30, tweede lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM), gepleegd op 19 juli 2006 met het motorrijtuig voorzien van het kenteken [AA-00-BB], veroordeeld tot twee weken hechtenis, met ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van zes maanden.
2. De aanvrage tot herziening
2.1. De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2.2. De aanvrage berust op de stelling dat sprake is van een omstandigheid als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv, aangezien uit de aan de aanvrage gehechte bescheiden blijkt dat op 19 juli 2006 voor het motorrijtuig met het kenteken [AA-00-BB] wel een verzekering overeenkomstig de WAM van kracht was.
3. De conclusie van de Procureur-Generaal
De Procureur-Generaal Fokkens heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de aanvrage gegrond zal verklaren, voor zover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis van de Kantonrechter zal bevelen en de zaak zal verwijzen naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, opdat de zaak zal worden behandeld en afgedaan op de wijze als in art. 467, eerste lid, Sv is voorzien.
4. Beoordeling van de aanvrage
4.1. Bij de aanvrage is overgelegd een verklaring van 3 maart 2008 van [A] nv, welke verklaring inhoudt:
"Ter voldoening van het gestelde in artikel 34, tweede lid, Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen (WAM), verklaart [A] nv hierbij dat op 19-07-2006 voor het motorrijtuig met het kenteken [AA-00-BB] een verzekering van kracht was welke aan de op die datum door of krachtens de WAM gestelde eisen voldeed en dat het CRWAM voor zover noodzakelijk, is aangepast aangevuld dan wel gecorrigeerd."
4.2. Aan de inhoud van dit stuk, totstandgekomen en afgegeven nadat de Kantonrechter uitspraak had gedaan, valt het ernstige vermoeden te ontlenen dat de Kantonrechter, ware hij daarmee bekend geweest, de aanvrager van het hem tenlastegelegde zou hebben vrijgesproken.
5. Slotsom
Uit het vorenoverwogene volgt dat zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv, zodat de aanvrage gegrond is en als volgt moet worden beslist.
6. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart de aanvrage tot herziening gegrond;
beveelt voor zover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van voormeld vonnis van 28 augustus 2007;
verwijst de zaak naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, opdat de zaak op de voet van art. 467, eerste lid, Sv opnieuw zal worden behandeld en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend griffier L.J.J. Okker-Braber, en uitgesproken op 3 februari 2009.