ECLI:NL:HR:2009:BH2142

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 juli 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/12103
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak belastingfraude en criminele organisatie

In deze zaak stond verdachte terecht voor belastingfraude en deelname aan een criminele organisatie die zich bezighield met het doen van onjuiste aangiften vennootschapsbelasting en het omkopen van personen buiten de ambtenarij. Het Gerechtshof Amsterdam had verdachte eerder veroordeeld. Tegen dit arrest stelde verdachte cassatieberoep in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de middelen van cassatie niet tot een cassatie konden leiden. Gezien artikel 81 van Pro het Wetboek van Strafvordering was geen nadere motivering vereist omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Het arrest werd gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en het beroep werd verworpen. Hiermee bleef het vonnis van het hof in stand en werd de veroordeling van verdachte bevestigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en de veroordeling blijft in stand.

Uitspraak

7 juli 2009
Strafkamer
Nr. 07/12103
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 13 juli 2007, nummer 23-001838-04, in de strafzaak tegen:
[Verdachte 1], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1944, thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. B.Th. Nooitgedagt, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De waarnemend Advocaat-Generaal Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dat behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.W. Ilsink en M.A. Loth, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 7 juli 2009.