ECLI:NL:HR:2009:BH2195

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 juli 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/12489
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatie in strafzaak belastingfraude en criminele organisatie

In deze strafzaak stond verdachte terecht voor belastingfraude en deelname aan een criminele organisatie die zich bezighield met het doen van onjuiste aangiften vennootschapsbelasting en het omkopen van personen buiten ambtenaren.

Na een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 13 juli 2007 werd door verdachte cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. De raadsman van verdachte diende schriftelijke middelen van cassatie in, waarop de waarnemend Advocaat-Generaal Bleichrodt concludeerde tot verwerping.

De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat er geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

Het beroep werd derhalve verworpen en het arrest van het gerechtshof werd bekrachtigd. De uitspraak werd gedaan door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren op 7 juli 2009.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is verworpen en het arrest van het gerechtshof is bekrachtigd.

Uitspraak

7 juli 2009
Strafkamer
nr. 07/12489
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 13 juli 2007, nummer 23/001835-04, in de strafzaak tegen:
[Verdachte 2], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1946, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
1.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De waarnemend Advocaat-Generaal Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
1.2. De raadsman heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.
2. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.W. Ilsink en M.A. Loth, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 7 juli 2009.