ECLI:NL:HR:2009:BH2196
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in zaak belastingfraude met winstvennootschappen
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor belastingfraude door handel in aandelen van zogenaamde winstvennootschappen. Tevens werd hem deelneming aan een criminele organisatie ten laste gelegd, met als doel het doen van onjuiste aangiften vennootschapsbelasting en het omkopen van personen buiten ambtenaren.
Het gerechtshof Amsterdam had verdachte eerder veroordeeld, waarna hij cassatieberoep instelde bij de Hoge Raad. De raadsman van verdachte, mr. G. Spong, diende schriftelijke middelen van cassatie in. De Advocaat-Generaal Bleichrodt concludeerde tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat er geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Het cassatieberoep werd derhalve verworpen.
Het arrest werd uitgesproken door de strafkamer van de Hoge Raad op 7 juli 2009, waarbij vice-president F.H. Koster als voorzitter en raadsheren J.W. Ilsink en M.A. Loth betrokken waren.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het hofarrest blijft in stand.