ECLI:NL:HR:2009:BH2250
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- C.A. Streefkerk
- Rechtspraak.nl
Onderhoudsplicht en vaderschapsactie bij betwisting donorschap en biologisch vaderschap
De vrouw verzocht de rechtbank om de man te veroordelen tot betaling van een maandelijkse bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van hun dochter, geboren in 2002. De man betwistte zijn onderhoudsplicht op grond van art. 1:394 BW Pro, stellende dat hij niet de verwekker is maar slechts spermadonor op basis van een vermeende donorovereenkomst. De vrouw betwistte het bestaan en de echtheid van deze overeenkomst.
De rechtbank oordeelde dat onvoldoende aannemelijk was dat sprake was van donorschap en stelde vast dat de man met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de biologische vader was, waarna zij de man onderhoudsplichtig achtte. Het hof bevestigde dit oordeel en legde de bewijslast omtrent het donorschap bij de man, die niet slaagde in het leveren van tegenbewijs.
De Hoge Raad bevestigde dat de bewijslast bij de man ligt indien hij gemotiveerd betwist de verwekker te zijn, ondanks het biologische vaderschap. De Raad stelde dat het begrip 'verwekker' in art. 1:394 BW Pro niet gelijk is aan 'biologische vader' en dat een spermadonor in principe niet onderhoudsplichtig is. In dit geval was de man echter onderhoudsplichtig omdat hij het donorschap niet aannemelijk had gemaakt.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde de man in de kosten van het geding.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de man onderhoudsplichtig is als verwekker omdat hij het donorschap niet aannemelijk heeft gemaakt.