ECLI:NL:HR:2009:BH3280
Hoge Raad
- Herziening
- J.P. Balkema
- J.W. Ilsink
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van herzieningsverzoek wegens ontbreken nieuwe feiten
De zaak betreft een verzoek tot herziening van een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarbij de aanvraagster was veroordeeld voor poging tot zware mishandeling. Het hof had een taakstraf opgelegd van tachtig uren werkstraf, subsidiair veertig dagen hechtenis.
De Hoge Raad beoordeelde het herzieningsverzoek aan de hand van artikel 457 en Pro 459 van het Wetboek van Strafvordering. Deze artikelen stellen dat een herzieningsverzoek moet steunen op nieuwe feitelijke omstandigheden die tijdens het oorspronkelijke onderzoek niet aan het licht zijn gekomen en die het vermoeden wekken dat het onderzoek tot een vrijspraak, ontslag van rechtsvervolging, niet-ontvankelijkheid of een lichtere straf had geleid.
De Hoge Raad stelde vast dat het verzoek niet voldeed aan deze vereisten omdat het geen nieuwe feiten of bewijsmiddelen bevatte. Daarom kon het verzoek niet worden ontvangen en werd het niet-ontvankelijk verklaard.
De uitspraak werd gedaan door de raadsheren Balkema, Ilsink en Groos op 17 februari 2009.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van nieuwe feiten of bewijsmiddelen.