ECLI:NL:HR:2009:BH3295
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt heffing omzetbelasting over terbeschikkingstelling uitzendkracht als verzekeringstussenpersoon
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over het jaar 1993 met een verhoging van 100%, waarvan gedeeltelijke kwijtschelding werd verleend. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag voor de belasting, maar schold een groter deel van de verhoging kwijt. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat de naheffingsaanslag verminderde met het bedrag van de verhoging.
In cassatie stelde belanghebbende dat het Hof ten onrechte alleen naar de vorm van de prestatie had gekeken en niet naar de inhoud, waarbij verwezen werd naar het 'substance-over-form' principe en eerdere jurisprudentie van het Hof van Justitie. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht uitging van de feitelijke rechtsbetrekking, namelijk het ter beschikking stellen van een uitzendkracht, en dat dit voor de omzetbelasting belast is.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat het feit dat de uitzendkracht binnen de organisatie van de fiscale eenheid feitelijk werkzaamheden als verzekeringstussenpersoon verrichtte, niet leidt tot een vrijstelling van omzetbelasting. De proceskosten werden niet aan een partij opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de heffing van omzetbelasting over het ter beschikking stellen van de uitzendkracht.