ECLI:NL:HR:2009:BH3318
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid verzoek teruggaaf regulerende energiebelasting na termijnoverschrijding
Belanghebbende, een grootverbruiker van gasolie, verzocht over de jaren 1997 tot en met 2002 om teruggaaf van regulerende energiebelasting. Deze verzoeken werden afgewezen omdat zij niet binnen de wettelijke termijn waren ingediend. De Rechtbank Leeuwarden verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit van de Inspecteur, maar het Hof vernietigde deze uitspraak en verklaarde het beroep ongegrond.
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Hof. De Hoge Raad overwoog dat op grond van artikel 8c, lid 1, van het Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag een verzoek om teruggaaf uiterlijk dertien weken na het einde van het kalenderjaar moet worden ingediend. Dit is een fatale termijn, waardoor bij overschrijding het recht op teruggaaf vervalt.
De Hoge Raad verwierp de klachten van belanghebbende en bevestigde het oordeel van het Hof dat de verzoeken niet tijdig waren ingediend. De Hoge Raad zag geen aanleiding tot nadere motivering en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het verzoek om teruggaaf regulerende energiebelasting wordt niet-ontvankelijk geacht wegens overschrijding van de wettelijke termijn.