ECLI:NL:HR:2009:BH3919
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep wegens overschrijding redelijke termijn zonder rechtsgevolg
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage. Het beroep was ingesteld door verdachte en ondersteund door zijn advocaat. De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat er geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Tevens constateerde de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, aangezien meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep.
Gezien de opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken en de mate van termijnoverschrijding zag de Hoge Raad geen aanleiding om rechtsgevolgen te verbinden aan de overschrijding. De Hoge Raad beperkte zich tot het constateren van de termijnoverschrijding en wees het beroep af.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen ondanks overschrijding van de redelijke termijn zonder rechtsgevolg.