ECLI:NL:HR:2009:BH4164

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 februari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/03575
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 288 lid 1 onder b FaillissementswetArt. 288 lid 1 onder c FaillissementswetArt. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot definitieve toelating schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw

Verzoeker heeft bij de rechtbank Almelo een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank wees dit verzoek bij vonnis af op 29 april 2008. Verzoeker ging in hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem, dat het vonnis van de rechtbank op 11 augustus 2008 bekrachtigde. Vervolgens stelde verzoeker beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geconcludeerd dat de klachten van verzoeker niet leiden tot cassatie. De Hoge Raad benadrukt dat er onvoldoende aannemelijkheid is van de goede trouw van verzoeker bij het ontstaan van de schulden en van de nakoming van de verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling zoals bedoeld in artikel 288 lid 1 onder Pro b en c van de Faillissementswet.

De conclusie van de Advocaat-Generaal was gericht op verwerping van het beroep, hetgeen door de Hoge Raad is gevolgd. Het arrest bevestigt de afwijzing van het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling en benadrukt het belang van goede trouw en nakoming van verplichtingen bij schuldsanering.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen en het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen.

Uitspraak

27 februari 2009
Eerste Kamer
08/03575
EV/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen.
Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 13 maart 2008 ter griffie van de rechtbank Almelo ingediend verzoekschrift heeft [verzoeker] zich gewend tot die rechtbank en verzocht ten aanzien van hem de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit te spreken.
De rechtbank heeft bij vonnis van 29 april 2008 het verzoek afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem.
Bij arrest van 11 augustus 2008 heeft het hof, na mondelinge behandeling, het vonnis waarvan beroep bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 27 februari 2009.