ECLI:NL:HR:2009:BH4164
Hoge Raad
- Cassatie
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.C. van Oven
- C.A. Streefkerk
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot definitieve toelating schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw
Verzoeker heeft bij de rechtbank Almelo een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank wees dit verzoek bij vonnis af op 29 april 2008. Verzoeker ging in hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem, dat het vonnis van de rechtbank op 11 augustus 2008 bekrachtigde. Vervolgens stelde verzoeker beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geconcludeerd dat de klachten van verzoeker niet leiden tot cassatie. De Hoge Raad benadrukt dat er onvoldoende aannemelijkheid is van de goede trouw van verzoeker bij het ontstaan van de schulden en van de nakoming van de verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling zoals bedoeld in artikel 288 lid 1 onder Pro b en c van de Faillissementswet.
De conclusie van de Advocaat-Generaal was gericht op verwerping van het beroep, hetgeen door de Hoge Raad is gevolgd. Het arrest bevestigt de afwijzing van het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling en benadrukt het belang van goede trouw en nakoming van verplichtingen bij schuldsanering.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen en het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen.