ECLI:NL:HR:2009:BH5151

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 mei 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/00509
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • A. Hammerstein
  • O. de Savornin Lohman
  • W.D.H. Asser
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling openstaand deel aanneemsom en ontbinding overeenkomst aanneming van werk

In deze zaak staat een geschil centraal over een aanneming van werk en de betaling van het openstaande gedeelte van de aanneemsom. Verweerster vordert betaling van een bedrag van €5.739,66 vermeerderd met wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten van €662,--. Eiseres bestrijdt deze vorderingen en vordert in reconventie de ontbinding van de overeenkomst, terugbetaling van reeds betaalde bedragen, het slopen van bruggen voor rekening van verweerster en een vergoeding ter compensatie van gemaakte kosten.

De rechtbank heeft in eerste aanleg een deel van de vorderingen toegewezen en de overeenkomst ontbonden. Verweerster stelde hoger beroep in tegen tussenvonnissen en het eindvonnis, terwijl eiseres incidenteel hoger beroep instelde. Het hof verklaarde verweerster niet-ontvankelijk in haar beroep tegen tussenvonnissen, vernietigde het eindvonnis en wees de vorderingen van verweerster alsnog toe, terwijl het de vorderingen van eiseres afwees.

Eiseres stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en verwerpt het beroep. Tevens veroordeelt de Hoge Raad eiseres in de kosten van het geding in cassatie. Hiermee blijft het arrest van het hof in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bevestigd.

Uitspraak

8 mei 2009
Eerste Kamer
08/00509
EV/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. G. Boonman,
t e g e n
[Verweerster],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. A.H.M. van den Steenhoven.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerster].
1. Het geding in feitelijke instanties
[Verweerster] heeft bij exploot van 23 december 2002 [eiseres] gedagvaard voor de rechtbank Utrecht en gevorderd, kort gezegd, dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad [eiseres] zal veroordelen:
- om aan [verweerster] te betalen een bedrag van € 5.739,66 te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 16 december 2002 tot aan de dag der algehele voldoening;
- om aan [verweerster] te betalen een bedrag van € 662,-- ter zake buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;
- in de kosten van de procedure.
[Eiseres] heeft de vorderingen bestreden en, in reconventie, gevorderd, kort gezegd dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
- zal verklaren voor recht dat de onderhavige overeenkomst tot opdracht zal worden ontbonden;
- [verweerster] zal veroordelen om aan [eiseres] tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag ter grootte van € 24.136,16 ter zake van het door haar tot op heden betaalde deel van de totale aannemingssom;
- [verweerster] zal veroordelen om de bruggen voor eigen rekening te slopen;
- [verweerster] zal veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiseres] te voldoen een bedrag ter grootte van € 11.971,40, zulks ter compensatie van de door [eiseres] gemaakte kosten teneinde haar schade te beperken;
- met veroordeling van [verweerster] in de kosten van het geding.
De rechtbank heeft, na een aantal tussenvonnissen, comparitie van partijen, getuigenverhoren en een deskundigenonderzoek, bij eindvonnis van 16 november 2005 in conventie [eiseres] veroordeeld om aan [verweerster] te betalen een bedrag van € 3.800,-- te vermeerderen met de wettelijke rente en in reconventie voor recht verklaard dat de onderhavige overeenkomst tot opdracht is ontbonden, [verweerster] veroordeeld om aan [eiseres] te betalen € 24.136,16 ter zake het door haar tot op heden betaalde deel van de aanneemsom en [verweerster] veroordeeld om de bruggen van haar eigen rekening te slopen.
Tegen de tussenvonnissen en het eindvonnis heeft [verweerster] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. [Eiseres] heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.
Bij arrest van 25 oktober 2007 heeft het hof [verweerster] niet-ontvankelijk verklaard in haar beroep tegen de tussenvonnissen, het bestreden eindvonnis van 16 november 2005 vernietigd en, opnieuw rechtdoende, de vorderingen van [verweerster] alsnog toegewezen en de vorderingen van [eiseres] afgewezen.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO Pro.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 477,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 8 mei 2009.