ECLI:NL:HR:2009:BH5557

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 maart 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/13464
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7 Wet OB
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging naheffingsaanslag omzetbelasting voor kringloopwinkel die gebruikte goederen verkoopt

Belanghebbende exploiteert een kringloopwinkel waar gebruikte goederen, die zij om niet heeft verkregen, tegen vergoeding worden verkocht. Na een naheffingsaanslag omzetbelasting over het jaar 2004, die deels werd verminderd, verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond. Het hof bevestigde deze uitspraak. Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het oordeel dat zij als ondernemer in de zin van artikel 7 Wet Pro OB moet worden aangemerkt en dat de ontvangen vergoeding belast is.

De Hoge Raad overweegt dat de verkoop van gebruikte goederen door belanghebbende niet als een prestatie tussen particulieren kan worden gezien. Omdat zij deze goederen regelmatig tegen vergoeding levert, is zij ondernemer voor de omzetbelasting. Het feit dat de goederen om niet zijn verkregen doet hier niet aan af. Ook het arrest van het Hof van Justitie EG inzake bezwarende titel is niet van toepassing, omdat de prestaties hier wel onder bezwarende titel plaatsvinden.

De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt daarmee de eerdere uitspraken. Er worden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag omzetbelasting wordt bevestigd.

Uitspraak

Nr. 07/13464
13 maart 2009
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van Stichting X te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden van 12 oktober 2007, nr. 134/06, betreffende een naheffingsaanslag in de omzetbelasting.
1. Het geding in feitelijke instanties
Aan belanghebbende is over het tijdvak 1 januari 2004 tot en met 31 december 2004 een naheffingsaanslag in de omzetbelasting opgelegd, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is verminderd.
De Rechtbank te Leeuwarden heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof.
Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
3. Beoordeling van de klacht
3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
Belanghebbende exploiteert een kringloopwinkel. Zij verkoopt tegen vergoeding gebruikte goederen die zij om niet heeft verkregen. De goederen worden - zo nodig na kleine herstelwerkzaamheden - verkocht in dezelfde toestand als die waarin belanghebbende deze heeft verkregen.
3.2. Het Hof heeft geoordeeld dat de verkoop van gebruikte goederen door belanghebbende niet kan worden aangemerkt als een prestatie tussen particulieren en voorts dat belanghebbende vanwege de hiervoor onder 3.1 bedoelde tegen een vergoeding verrichte leveringen ondernemer is in de zin van artikel 7 van Pro de Wet op de omzetbelasting 1968 (hierna: de Wet) en ter zake van die leveringen omzetbelasting is verschuldigd. Voorts heeft het Hof geoordeeld dat de door belanghebbende ontvangen vergoeding voor het geheel in de heffing van omzetbelasting moet worden betrokken. De klacht is gericht tegen de hiervoor genoemde oordelen.
3.3. Ingevolge artikel 7 van Pro de Wet is ondernemer ieder die zelfstandig economische activiteiten verricht. Het Hof heeft op goede gronden geoordeeld dat belanghebbende met betrekking tot de hiervoor in 3.1 bedoelde leveringen van gebruikte goederen is aan te merken als ondernemer in de zin van artikel 7 van Pro de Wet, nu zij deze goederen op regelmatige basis tegen een vergoeding levert. Hieraan doet niet af dat het gaat om gebruikte goederen die om niet door particulieren aan belanghebbende worden verstrekt. Het in de klacht vermelde arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van 3 maart 1994, R.J. Tolsma, C-16/93, BNB 1994/271, waarin voor recht is verklaard dat uitsluitend prestaties die onder bezwarende titel worden verricht onderworpen zijn aan de btw, maakt dit niet anders, nu de in geschil zijnde door belanghebbende verrichte prestaties onder bezwarende titel worden verricht. Evenmin doet daaraan af de in de klacht geopperde cumulatie van omzetbelasting, indien daarvan al sprake zou zijn.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president D.G. van Vliet als voorzitter, en de raadsheren P. Lourens en E.N. Punt, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2009.