ECLI:NL:HR:2009:BH5695
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- W.M.E. Thomassen
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beklag tegen beslaglegging op grond van artikel 94 Sv en correctie van maatstaf
Op 28 december 2006 werd het motorrijtuig van de klager in beslag genomen op grond van artikel 94 van Pro het Wetboek van Strafvordering. De klager maakte bezwaar tegen dit beslag en diende een klaagschrift in bij de rechtbank. De officier van justitie verzette zich tegen teruggave van het voertuig, omdat het Openbaar Ministerie voornemens was de klager te vervolgen voor een overtreding van de Opiumwet en verbeurdverklaring van het voertuig te vorderen.
De rechtbank oordeelde dat het onderzoeksbelang zwaarder woog dan het persoonlijk belang van de klager bij opheffing van het beslag. De rechtbank stelde abusievelijk dat het niet hoogst onwaarschijnlijk was dat de strafrechter het wederrechtelijk verkregen voordeel zou ontnemen, terwijl het juiste criterium was dat het voertuig verbeurd zou worden verklaard.
De Hoge Raad corrigeerde deze fout in de motivering door de beschikking te lezen alsof de rechtbank had overwogen dat het niet hoogst onwaarschijnlijk was dat het voorwerp zou worden verbeurdverklaard. Hierdoor kwam het middel feitelijk te vervallen en werd het beroep verworpen. De beschikking werd uitgesproken op 12 mei 2009 door de vice-president en raadsheren in raadkamer.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het beslag op het voertuig blijft gehandhaafd.