ECLI:NL:HR:2009:BH5795
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid klaagschrift inzake verbeurdverklaring motorboot na vrijspraak mededader
In deze strafzaak betrof het klaagschrift een beklag ex artikel 552b Wetboek van Strafvordering tegen de verbeurdverklaring van een motorboot, die was uitgesproken in de strafzaak van een mededader van klager. Klager stelde eigenaar van de motorboot te zijn en diende het klaagschrift pas in nadat hijzelf in hoger beroep was vrijgesproken.
De rechtbank verklaarde het klaagschrift niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de in artikel 552b lid 2 Sv gestelde termijn van drie maanden na uitvoerbaarheid van het vonnis. De Hoge Raad bevestigde dat de term 'veroordeelde' in artikel 552b Sv moet worden opgevat als de persoon in wiens zaak de verbeurdverklaring is uitgesproken, hier de mededader, en niet klager.
Voorts oordeelde de Hoge Raad dat de uitvoerbaarheid van de verbeurdverklaring niet afhankelijk is van de uitkomst van de strafzaak tegen klager. Daarmee was het klaagschrift te laat ingediend en werd het beroep verworpen.
Uitkomst: Het klaagschrift werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn voor beklag ex artikel 552b Sv.