ECLI:NL:HR:2009:BH6420
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.J. van Maanen
- J.W.M. Tijnagel
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over WOZ-waarde na onjuist bewijsgebruik
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de WOZ-waarde van zijn onroerende zaak vastgesteld door de gemeente Landgraaf voor de periode 2001-2004. De heffingsambtenaar handhaafde de beschikking na bezwaar, en het Hof verklaarde het beroep ongegrond. Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De kern van het geschil betrof een taxatierapport uit 1999, overgelegd door belanghebbende bij het bezwaar, waarin de waarde lager werd vastgesteld dan de beschikking. Hoewel dit rapport relevant was voor de besluitvorming, had het Hof het rapport niet ontvangen en kon het daarom geen oordeel geven over de bewijskracht.
De Hoge Raad oordeelde dat het taxatierapport een op de zaak betrekking hebbend stuk is in de zin van artikel 8:42 Awb Pro en dat de heffingsambtenaar dit aan het Hof had moeten overleggen. Door dit niet te doen, heeft het Hof een onjuiste procedurele beslissing genomen. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak naar het Gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling.
De Hoge Raad wees proceskostenveroordeling af en bepaalde dat de gemeente Landgraaf het griffierecht van belanghebbende voor de cassatieprocedure moet vergoeden.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.