ECLI:NL:HR:2009:BH6530

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 juni 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/03028
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:377e BWArt. 1:253a BWArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing co-ouderschapsverzoek na geschil over verblijfsregeling minderjarige

De vader verzocht bij de rechtbank Utrecht om een regeling waarbij hij en de moeder in gelijke delen zouden voorzien in de opvoeding en verzorging van hun minderjarige zoon, met een verblijfsregeling van om de week bij elk van hen en een verdeling van de schoolvakanties.

De rechtbank kende de vader omgang toe van woensdagavond tot zaterdagavond en de helft van de schoolvakanties, maar wees een co-ouderschapsregeling niet toe. De moeder stelde hoger beroep in tegen deze beschikking. Het gerechtshof Amsterdam vernietigde de beschikking van de rechtbank en wees het verzoek van de vader af.

De vader stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten geen cassatiegronden opleveren en dat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn. Daarom werd het beroep verworpen.

De uitspraak bevestigt dat de rechter bij geschillen over co-ouderschap en verblijfsregelingen een ruime beoordelingsvrijheid heeft en dat het cassatieberoep niet snel wordt toegewezen zonder fundamentele rechtsvragen.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van de vader en bevestigt de afwijzing van zijn verzoek tot co-ouderschap en verblijfsregeling.

Uitspraak

5 juni 2009
Eerste Kamer
08/03028
EV/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De vader],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. R.Th.R.F. Carli,
t e g e n
[De moeder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. M.S. van Muijden.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vader en de moeder.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 25 juli 2006 ter griffie van de rechtbank Utrecht ingediend verzoekschrift heeft de vader zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, te bepalen dat partijen in gelijke delen in de opvoeding en verzorging van hun minderjarige zoon [de zoon] voorzien, dat [de zoon] om de ene week bij de moeder en de andere week bij de vader zal verblijven en dat [de zoon] de helft van de schoolvakanties bij de moeder en de andere helft bij de vader zal verblijven.
De moeder heeft het verzoek bestreden.
De rechtbank heeft, na een mondelinge behandeling waarin de vader heeft aangegeven ook akkoord te zullen gaan met een co-ouderschapregeling waarbij [de zoon] de ene helft van de week bij de moeder verblijft en de andere helft van de week bij de vader, bij beschikking van 27 december 2006 beslist dat de vader recht op omgang met [de zoon] heeft en wel van woensdagavond 18.00 uur tot zaterdagavond 18.30 uur, alsmede de helft van de schoolvakanties, in onderling overleg af te spreken.
Tegen deze beschikking heeft de moeder hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Bij beschikking van 15 april 2008 heeft het hof de beschikking van de rechtbank Utrecht vernietigd en, opnieuw beschikkende, het inleidend verzoek van de vader afgewezen.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De moeder heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 5 juni 2009.