ECLI:NL:HR:2009:BH7357
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- W.A.M. van Schendel
- C.A. Streefkerk
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hernieuwd verzoek schuldsaneringsregeling binnen tien jaar na schone lei
De zaak betreft een verzoekster die tussen 14 mei 2002 en 25 mei 2005 onder de wettelijke schuldsaneringsregeling viel, welke werd beëindigd met verlening van een schone lei. Op 12 februari 2008 verzocht zij opnieuw om toepassing van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank wees dit verzoek af op grond van artikel 288 lid 2 Fw Pro, dat een hernieuwd verzoek binnen tien jaar na een eerdere regeling met schone lei in principe verbiedt.
De verzoekster stelde dat er een uitzondering zou moeten gelden wanneer de nieuwe schulden zijn ontstaan door omstandigheden die haar niet zijn toe te rekenen. Het hof bevestigde het vonnis van de rechtbank en oordeelde dat de wetgever bewust heeft gekozen voor een imperatieve afwijzingsgrond met slechts drie uitzonderingen, die in deze zaak niet van toepassing zijn.
De Hoge Raad overwoog dat de wetswijziging van 24 mei 2007 de afwijzingsgrond in art. 288 lid 2 Fw Pro heeft aangescherpt om het toenemende beroep op de schuldsaneringsregeling te beheersen. De wetgever heeft daarmee het imperatieve karakter van de afwijzingsgrond bevestigd, ook als de schuldenaar te goeder trouw is. Het beroep van verzoekster werd verworpen, waarmee het hernieuwde verzoek tot schuldsanering binnen de tienjaarstermijn niet kan worden gehonoreerd.
Uitkomst: Het verzoek tot hernieuwde toepassing van de schuldsaneringsregeling binnen tien jaar na een eerdere regeling met schone lei wordt afgewezen.